banner18.jpg

Ieder Kind een Instrument

De SKVR biedt door middel van het programma ‘Ieder Kind een Instrument' (IKEI) kinderen van de basisschool de kans om een instrument te leren bespelen en samen muziek te maken. Het talent voor muziek wordt op school ontdekt en ontwikkeld, en het enthousiasme groeit spelenderwijs. De IKEI-lessen worden gegeven door docenten van de SKVR Muziekschool en SKVR Primair onderwijs.

Waarom een muziekinstrument op de basisschool?
Kinderen komen niet zomaar in aanraking met muziekonderwijs. Wordt er thuis al weinig gezongen of muziek gemaakt? Op straat kun je bijvoorbeeld wel leren voetballen, maar viool spelen leer je daar natuurlijk niet. Muziekonderwijs is vaak om sociale-, culturele-, financiële en emotionele redenen niet vanzelfsprekend. Met IKEI krijgen alle kinderen in de klas de kans en gelegenheid om een muziekinstrument te leren bespelen en te leren zingen.

Kwaliteiten ontwikkelen
Samen muziek maken betekent meer dan een leuk liedje of muziekstuk ten gehore brengen. Kwaliteiten als samenwerken, luisteren, reageren en creëren krijgen een goede basis voor ontwikkeling. In de onderbouw beginnen we dan ook met het zingen in de klas als voorbereiding. Door het bespelen van een muziekinstrument wordt het kind vervolgens handiger en zelfstandiger en leert het om door te zetten. Ook wordt het gehoor en het muzikale inzicht verder ontwikkeld.

Optreden en aanmoediging
Onder leiding van professionele docenten wordt er regelmatig toegewerkt naar een concert en wordt er aan het eind van het jaar met de hele school samen gezongen. Dit komt de motivatie en concentratie in de klas ten goede. Ouders/verzorgers en vriendjes krijgen middels deze optredens de mogelijkheid om de kinderen extra aan te moedigen en mee te genieten van het resultaat. Spelenderwijs ontdekken kinderen hoe leuk het is om samen muziek te maken en groeit het zelfvertrouwen.

 

Ieder Kind een Instrument in Rotterdam

In Rotterdam is voor de start van Ieder Kind een Instrument gekozen voor scholen in wijken waarin voornamelijk zogenaamde ‘kansarme' kinderen wonen. Rotterdam behoort tot één van de Nederlandse steden met het hoogste percentage aan zogenaamde ‘Vogelaarwijken'. In deze wijken wordt door de overheid meer geïnvesteerd vanwege de sociale, fysieke en economische problemen die zich daar voordoen. Op de scholen in deze wijken is het percentage van allochtone kinderen hoog tot zeer hoog. Het is de bedoeling de kinderen door deelname aan het project kansen te bieden zich (op een voor hun nieuwe manier) te kunnen ontwikkelen. Hierbij speelt naast de ontwikkeling van cognitieve vaardigheden ook de ontwikkeling van sociale competenties een grote rol. Aan deze scholen biedt het project de mogelijkheid door deze vorm van samenwerking onder de leerlingen bruggen te slaan naar andere culturen en spelenderwijs kennis te maken met elkaar. Het is wel de bedoeling het project in de toekomst ook aan andere scholen aan te bieden. Hiervoor moet het project zo nodig aangepast worden en rekening gehouden worden met een andere achtergrond van de leerlingen.

Het IKEI-programma draait op scholen met leertijdverlenging, oftewel meer lestijd in de week die gevuld worden met activiteiten van vakleerkrachten, te denken aan sport, gezondheid (koken), taallessen en muziek. Deze leertijdverlenging valt onder het onderwijsprogramma Beter Presteren dat in het schooljaar 2011 door de gemeente Rotterdam geïntroduceerd is. Het programma IKEI wordt voor een groot deel uit de subsidie van Beter Presteren gefinancierd.