banner18.jpg

Ieder Kind een Instrument

Samen muziek maken betekent meer dan een leuk liedje of muziekstuk ten gehore brengen. Kwaliteiten als samenwerken, luisteren, reageren en creëren krijgen een goede basis voor ontwikkeling. In de onderbouw is begonnen met het zingen in de klas als voorbereiding. Door het bespelen van een muziekinstrument wordt het kind vervolgens handiger en zelfstandiger en leert het om door te zetten. Ook wordt het gehoor en het muzikale inzicht verder ontwikkeld.

Eerste kennismaking
In de oriëntatiefase leren de kinderen de instrumenten kennen door het zelf bespelen, kijken en luisteren naar de muziek die bij deze instrumenten hoort.

In het eerste half jaar wordt alvast kennis  gemaakt met de instrumenten uit de volgende fase, de hoofdfase. Op dit moment zijn er verschillende klassen in de oriëntatiefase actief: de strijkersklas (viool, cello en contrabas), de blazersklas (klarinet, dwarsfluit, blokfluit, saxofoon, cornet en bariton) en een heterogene klas (keyboards, accordeon en percussie (cajon en klein percussie). Dit aanbod wordt in volgende cursusjaren nog uitgebreid.

De lessen worden klassikaal gegeven, de kinderen wennen op deze manier alvast aan de orkestlessen in de hoofdfase. In de laatste les maken de kinderen een keuze voor een instrument waar ze tijdens de hoofdfase op gaan spelen. Deze periode wordt afgesloten met een presentatie aan ouders en kinderen uit andere klassen.

Samen leren en spelen
De klas vormt vanaf het begin een orkest waarbij het samen leren en spelen centraal staat.  Hiervoor is een nieuwe onderwijsmethodiek ontwikkeld. De kinderen leren van elkaar en ondersteunen en motiveren elkaar in het leerproces. Het liedmateriaal wordt gecombineerd met het spelen op instrumenten. Naast het spelen en zingen krijgt de ritmische en auditieve vorming veel aandacht. De kinderen leren in het orkest om goed met elkaar samen te werken om zo een geslaagd eindconcert te geven.

Plezier en  motivatie
Muziek maken is plezier maken. De beleving en waardering van de leerlingen bepalen het succes van IKEI. Ze zijn niet alleen tijdens de les gemotiveerd met muziek bezig maar ook gedurende de rest van de week. Na twee jaar klassikaal instrumentaal onderwijs hebben de kinderen een instrument leren kennen en bespelen. Ze hebben geleerd om samen te spelen en te werken aan een gezamenlijk doel: het concert waarmee ze naar buiten treden. Via de muziek ontwikkelen de kinderen ook andere  vaardigheden. De concentratie verbetert en door het toewerken naar een concert worden studiediscipline, zelfstandigheid en samenwerking op een speelse manier aangeleerd.

Samen optreden
Elk schooljaar geeft het orkest twee uitvoeringen waar de kinderen zich presenteren aan alle leerlingen van de school en hun ouders. Deze uitvoeringen vinden plaats in de winter en aan het einde van het schooljaar. Tijdens deze uitvoeringen laten de andere groepen de liedjes horen die ze met het project ‘Zingen in de klas’ hebben ingestudeerd. In april is een openbare orkestles voor de ouders van de kinderen.